Bruggenbouwers: stadsbreed meedenken en handelen

We ontmoeten Joke en Tiny in hartje Leuven. Voor wie door het centrum flaneert is het duidelijk: deze stad straalt erfgoed uit. Stralen doen ook Joke, adviseur monumentenbeleid en Tiny, coördinator erfgoedparticipatie en communicatie, als we hen vragen naar de nauwe samenwerking rond erfgoed binnen de stadsdiensten. 

Erfgoedambtenaren in vijf verschillende stadsdiensten

“Eigenlijk is het allemaal begonnen vanuit een soort van angst”, vertelt Joke. Vanuit de afdeling ruimtelijk en duurzaamheidsbeleid was er de vraag gekomen of de stad een onroerenderfgoedambtenaar wilde aannemen. Er waren bij de studiedienst gebouwen wel al twee architecten-monumentenzorg in dienst, die instaan voor het beheer van het waardevolle stadspatrimonium, maar aan beleidszijde was er in 2012 nog niemand met onroerend erfgoed bezig.  Men wilde vooral iemand aan boord nemen die het erfgoed kon meenemen in een toekomstverhaal van de stad- zonder alle erfgoed halsstarrig onder een stolp te willen plaatsen. Het bestuur stelde als voorwaarde voor het aannemen van een onroerenderfgoedambtenaar dat die persoon onder de afdeling ruimtelijk en duurzaamheidsbeleid zou vallen, als rechtstreekse collega van de ruimtelijke planners, de mensen die het ruimtelijk beleid uitstippelen en vormgeven. Het idee was dat deze erfgoedambtenaar dan geïntegreerd zou samenwerken met de ruimtelijke planners. “En dat is echt ideaal gebleken”, zo stelt Joke. “ We kunnen op deze manier een erfgoedbeleid uitstippelen dat geïntegreerd is met het ruimtelijk beleid. En andersom: voor elk instrument dat mijn collega’s maken, bijvoorbeeld een ruimtelijk uitvoeringsplan of een masterplan, wordt een adviseur monumentenbeleid - ondertussen zijn we met 3 - betrokken zodra er erfgoed aan te pas komt (en in Leuven is dat in zo goed als bij ieder plan). Er wordt dan steeds nagedacht over het effect op erfgoed of hoe erfgoed een motor voor stadsvernieuwing kan zijn.” 


Omdat die geïntegreerde werking zo goed werkt en erfgoed op die manier als een belangrijk item binnen onder andere ruimtelijk ontwikkeling wordt behandeld, werd het initiatief genomen om dit organisch gegroeide samenwerkingsmodel door te trekken bij toekomstige aanwervingen. Vanuit de aangebrachte visie van een geïntegreerd samenwerkingsbeleid én de uitgeteste toepassing, werd het idee aangebracht om elke keer als er een nieuwe erfgoedambtenaar zou worden aangenomen, te kijken in welke dienst die volgens zijn uit te voeren functie het best zou passen. Zo is er in 2018 een stadsarcheoloog aangeworven bij de studiedienst weg- en waterbeheer die instaat voor het openbaar domein. 


Op die manier hebben erfgoedambtenaars in verschillende stadsdiensten fysiek hun bureau. Dit zorgt ervoor dat meer mensen uit verschillende diensten ‘een spontane erfgoedreflex’ ontwikkelen. Hun ‘bureaumaatjes’ zijn immers erfgoedzorgers waardoor je dus makkelijker in gesprek gaat over elkaars werk. Vragen met betrekking tot erfgoed komen sneller en vaker bij de juiste personen terecht: zowel vragen van collega ambtenaren (bv. n.a.v. openbare werken) als van privéeigenaars en Leuvenaars met bv. wijkinitiatieven.  Er ontstond bij andere diensten dus een grotere bewustwording rond het belang van erfgoed voor de stad en haar inwoners. En doordat er in vele diensten een erfgoedambtenaar zit, zijn vragen ook sneller beantwoord. 


Geïntegreerd (samenwerkings)beleid van de erfgoedcel

Ook de erfgoedcel (die binnen de directie cultuur opereert) is uiteraard al sinds haar oprichting in 2002 erg actief bezig met erfgoed, maar dan met focus op het roerende en immateriële. Deze cel (3,5 personeelsleden) deelt wel eenzelfde bureau, maar samenwerking, geïntegreerd en integraal werken zit van bij aanvang in het DNA van de werking. De erfgoedcel gaat systematisch partnerschappen aan binnen en buiten de erfgoedsector. Het is dan ook logisch dat de collega’s van de erfgoedcel, waaronder Tiny, en de dienst onroerend erfgoed, waaronder Joke, regelmatig samenwerken aan projecten. Bovendien, als je publieksgericht denkt, besef je dat  ‘het publiek’ geen onderscheid maakt tussen onroerend, roerend en immaterieel erfgoed.


De impact van wat je doet, is bovendien groter als je  over diensten heen werkt, zo stelt Tiny. Het is moeilijker om vanuit 1 dienst te proberen die ‘erfgoedreflex’ te stimuleren bij collega’s van andere diensten. De kracht zit in het feit dat er op regelmatige (voor sommige diensten dagelijkse) basis samengewerkt wordt, dat de erfgoedcollega’s in diverse teams meedenken en werken aan allerlei stadsuitdagingen. Dat merken we ook bij projecten van de erfgoedcel. Je krijgt mensen en andere domeinen mee door echt samen te werken van a tot z (dan is er oprechte betrokkenheid en interesse). Of, als je vanuit de erfgoedsector gezamenlijke doelen en werkterreinen bepaalt, zoals nu in het Leuvense Erfgoedlabo.


Een van de voordelen is ook dat je als erfgoedwerker veel leert van de collega’s die niets met erfgoed te maken hebben,  zoals over ruimtelijke planning, getuigt Joke. We leren als erfgoedzorgers zo ook meer instrumenten inzetten  om ons beleid vorm te geven. We zijn beter op de hoogte door verspreid te zitten. En we kunnen echt stadsbreed mee nadenken. Zo zorgen we dat erfgoed niet vergeten wordt binnen stadsontwikkeling. 


Deze samenwerkingsvisie, heeft ervoor gezorgd dat  er een cultuurswitch is ontstaan. In de hoofden van collega’s (op alle niveaus) en bij het bestuur is de erfgoedreflex nu een feit, waardoor erfgoed ook een stem heeft in beslissingsprocessen (van projecten, dossiers,…) binnen de stad Leuven. 


Verschillende samenwerkingsprojecten.

  • Case Ruimtelijk Structuurplan Leuven

Een van de mooiste verwezenlijkingen van dit geïntegreerde samenwerkingsmodel, aldus Joke, is de realisatie van het nieuwe Ruimtelijk Structuurplan van Leuven in 2017-2018. In  het eerste structuurplan uit 2004 stond het woord erfgoed amper vermeld en werd het bovendien ook gezien als remmend voor de stadsvernieuwing. In het huidige plan is één van de belangrijke thema’s ‘erfgoed en landschap’. Bij elk gebied dat besproken wordt, start men met de geomorfologie en de geschiedenis van het gebied, om te begrijpen hoe het geëvolueerd is en hoe we in de toekomst belangrijke kwaliteiten kunnen bewaren. Het bewaren en versterken van die kwaliteiten vormt de basis voor nieuwe ontwikkelingen. Een bijzonder geslaagde samenwerking tussen de adviseurs monumentenbeleid en de ruimtelijk planners. Het resultaat is dat er betere aanbevelingen kunnen gegeven worden in functie van toekomstplannen, aangezien vertrokken wordt van de historiek van een plek.

  • Case ‘Herleven. Leuven na 1918’

Herleven. Leuven na 1918 is een project waarbij de erfgoedcel en de dienst onroerend erfgoed heel nauw samenwerkten. In het kader van de herdenking van de wederopbouw van Leuven in 1918 was het eerst de bedoeling om enkel te focussen op de gebouwen, maar dankzij de samenwerking met de erfgoedcel is het project verbreed tot het dagelijkse leven van de Leuvenaar in 1918: hoe heeft hij dit moeten heropbouwen? Op die manier werd het verhaal ‘menselijk’ gemaakt en was het project veel krachtiger: het gaat over alle thema’s van het dagelijks leven: zorgen, wonen, werken, leren, ontspannen en herinneren  en hoe de verwoesting ervan een effect had hierop. Vanuit deze invalshoek konden ook scholen en gezinnen betrokken worden bij de expo via educatieve pakketten en interactieve rondleidingen die de erfgoedcel liet uitwerken.


Nog een sterk/krachtig initiatief waren de visuele tags in het Leuvense straatbeeld. Hiervoor werden  jongeren van verschillende jeugdbewegingen gevraagd om ’s avonds met graffiti de tekst ‘wederopbouw 14-18’ op de stoep voor de tijdens WO I- afgebrande huizen te spuiten. Het was mooi om te zien hoe deze jongeren zich tijdens deze opdracht bewust werden van de impact  van het aantal afgebrande en wederopgebouwde huizen. En hoe fier zij werden om dit mee visueel te vertalen voor anderen. Want effectief, de volgende dag, konden niet alleen de bewoners van de huizen letterlijk op hun stoep ervaren dat ook hun (t)huis verwoest was in 1918, maar ook de voorbijgangers werden door deze tag bewust gemaakt. Zichtbaarheid in het straatbeeld werkt, dat merkten we aan de vele reacties live en via sociale media.


Ook als we naar de Leuvenaar communiceren, zetten we heel bewust de ‘integrale’ erfgoedbril op. Het publiek zelf maakt immers geen echt  onderscheid tussen de verschillende vormen van erfgoed. In de nieuwsbrief van de erfgoedcel lees je daarom zowel over roerend, immaterieel als onroerend erfgoed. Joke en Tiny zijn recent ook gestart met een traject waarin ze Erfgoeddag en Open Monumentendag meer op elkaar willen laten  aansluiten. Dit zit nog in conceptfase, maar een van de doelstellingen is om de aandacht van het publiek voor erfgoed warm te houden, voor en na beide evenementen.



De effecten van deze geïntegreerde aanpak zijn divers.


Door veel samen te werken, leer je van elkaar en vul je elkaar als partner aan. Dat is interessant in functie van de eigen ontwikkeling. Maar daarnaast zorgt het er ook voor dat  projecten meer impact hebben. Als je zelf meer geïntegreerd denkt en handelt, zien de besturen dat ook beter en wordt er ook gemakkelijker geld vanuit verschillende kanten vrijgemaakt om een project uit te voeren, stelt Joke. Soms is het handig om te weten welke noden er leven binnen bepaalde besturen om daarop te kunnen inspelen. De campagne ‘Fier op het erfgoed van hier’ heeft wel wat geld gekost, maar vervulde ook een algemene doelstelling: Leuvenaars doen beseffen dat het in hun ‘erfgoedstad’ aangenaam wonen is. De dienst communicatie zag ook opportuniteiten om met deze campagne een ander publiek te bereiken. Zo komen er centen vrij vanuit andere niet-erfgoed diensten. Als een campagne wordt gedragen door verschillende diensten, zorgt dit voor een spreiding budgettair en dat helpt. Door projecten breed te bekijken, bereik je meer mensen waardoor het effect breder is. Regelmatig verwijzen  naar elkaars campagnes, waardoor de communicatie over erfgoed alleen maar ruimer wordt, helpt ook.


Het mooiste effect is dat de bewustwording en waardering voor het Leuvense erfgoed enorm gestegen is, zowel bij collega’s in de stad als bij de Leuvenaar . Men vraagt zich sneller af: heeft deze ingreep een negatief effect op bijvoorbeeld een gebouw? (al gebeuren er natuurlijk soms ook nog zaken die niet langs de erfgoedadviseur zijn gepasseerd). Als je vertrekt vanuit het verhaal achter het erfgoed, krijg je mensen sneller mee. Het werken met campagnes helpt ook in die zin. Eens je mensen mee hebt in een verhaal, zijn ze nog meer bereid om mee te werken aan een project of om in een participatief traject te stappen. Het graffiti spuiten bij het ‘Herleven’ project is daarvan een mooi voorbeeld. Dit project heeft veel losgemaakt bij de Leuvenaar. 


Nog een goed voorbeeld is het project ‘Straathistories’ van de erfgoedcel, waarbij buurtbewoners zelf aan de slag gaan rond de geschiedenis en identiteit van hun straat, buurt of wijk en hier een boekje over maken. Er ontstaat tijdens het proces een echt  eigenaarschap rond een gedeelde geschiedenis en een fijn neveneffect is dat de sociale cohesie binnen de  buurt wordt versterkt. Ook de historiek van en achter de panden, de huizen komt hierbij uiteraard aan bod. Wanneer Joke het met privéeigenaars van een waardevol pand heeft over projecten als ‘Straathistories’ en ‘Herleven’, worden ze fier op hun eigendom en gaan ze er bewuster mee om. Deze bewustmaking en fierheid creëren, daarover gaat het zeker ook als je andere sectoren of buurtbewoners bij erfgoed wil betrekken.
 

Samenvattende tips van Joke en Tiny

Maak bruggen tussen de stadsdiensten

  • Durf na te denken over welke logische linken er zijn tussen (erfgoed)ambtenaren en diensten: wie vult elkaar aan, wie kan van wie leren? Durf uit de klassieke hokjes te denken (we zetten alle erfgoedambtenaren samen). Maar maak logische bruggen tussen diensten.
  • Durf bestaande vastgeroeste logica’s te doorbreken
  • Durf buiten je eigen takenpakket/beleidsdomein te denken: zet je geest open en denk breed en out of the box
  • Kom letterlijk uit je bureau, ontmoet mensen en spreek hen aan over hoe erfgoed een onderdeel uitmaakt van stadsontwikkeling (durf je te mengen)
  • Om samenwerkingen levendig te houden: blijf communiceren met elkaar

Durf ervoor te gaan

  • Begin ook effectief samen te werken: doe het eens. Op die manier ervaar je de effecten en word je bewuster van bepaalde processen en noden.
  • Zoek naar de juiste partners/mensen om samen te werken: het moet wel ‘passen’ 
  • Durf voor je erfgoed op te komen:  durf de aandacht te vragen voor erfgoed (binnen lopende of bestaande projecten, bij nieuwe bestuurders n.a.v. nieuwe bestuursperiodes, bij andere beleidsdomeinen,…)
  • Zet in op een stevige argumentatie waarom inzetten op erfgoed mee de doelstellingen van de stad verwezenlijkt (in toerisme, bij ruimtelijke ordening, bij het versterken van het sociaal weefsel van de stad/in buurtwerking,…). Blijf argumenteren waarom het belangrijk is om erfgoed mee te nemen in bijvoorbeeld het duurzaamheidsverhaal van een stad. Worstel jezelf mee in de juiste werkgroepen.  

Wees authentiek en gepassioneerd

  • Vertel over wat je doet voor het erfgoed, welke projecten je opzet en vertel vooral ook over elkaars activiteiten (aan beleidsmakers, aan erfgoedcollega’s, aan het brede publiek).  
  • Blijf bewust omgaan met de gevolgen van geïntegreerd werken in een stad. Het is niet verkeerd om soms te strijden voor het (behoud van) erfgoed zelf. Het is niet omdat erfgoed eigenlijk automatisch verweven zit in meerdere domeinen (en het niet meer aanvaard wordt dat je een advies geeft puur vanuit het erfgoed perspectief), dat je als erfgoedzorger steeds water bij de wijn moet doen. “Choose your battles”


Meer weten over de Leuvense samenwerkingsprojecten

Straathistories 

Lees het artikel ‘Stadsbrede erfgoedzorg in Leuven’ in het  M&L tijdschrift van december 2018

Contacteer Joke Buijs (adviseur monumentenbeleid Leuven) en Tiny T’Seyen (coördinator communicatie en participatie Erfgoedcel Leuven)


Maak hier kennis met andere bruggenbouwers