Kasteel van Horst
In gesprek met de stabiliteitsingenieurs
01 mei 2021
Nu de eerste resultaten van de vooronderzoeken naar het kasteel van Horst gekend zijn, willen we natuurlijk graag weten hoe het met de stabiliteit van het kasteel gesteld is. De gekende barst in de donjon en recentere instorting van de latrine aan de ronde toren doen onze fantasie al snel op hol slaan en zijn de ideale voedingsbodem voor allerhande wilde verhalen.

Als er twee mannen zijn die hier een antwoord op kunnen formuleren, dan zijn het wel Sven Ignoul en Kristof Verreydt van Triconsult, onze stabiliteitsingenieurs.

Triconsult is al geruime tijd betrokken bij de stabiliteitsonderzoeken van het kasteel van Horst. Hoe leerden jullie het kasteel van Horst kennen?
Sven:
 Mijn eerste kennismaking met het kasteel dateert uit 1997. Ik volgde als student burgerlijk ingenieur het vak vernieuwbouw bij mijn leermeester professor Dionys Van Gemert waar de instorting van het plafond van de MAVT-zaal uitvoerig besproken werd.

Ik kende het kasteel van Horst als fervente fan van de Rode Ridder natuurlijk al langer, maar had het nog nooit effectief bezocht. In 1999 werd ik als vers afgestudeerd stabiliteitsingenieur vervolgens gecontacteerd om deel uit te maken van het toenmalige restauratieteam, waarvoor wij in 2001 een eerste grootschalig stabiliteit technisch onderzoek naar het kasteel uitvoerden. Het onderzoek was toen toegespitst op de problematiek van de kapel, de donjon, de ridderzaal en de MAVT-zaal Sindsdien is Triconsult steeds betrokken geweest bij alle grote en kleine stabiliteitsvraagstukken van het kasteel.

Ik gebruik het kasteel van Horst, net als mijn vroegere leermeester, nu ook als casus tijdens mijn lessen Restauratietechnieken aan de Campus De Naeyer (KU Leuven), voornamelijk bij het onderwerp metselwerk en scheuren. De scheur in de donjon van het kasteel is een typisch voorbeeld van scheuren door spatkrachten en bovendien erg visueel. Ik vertel er de studenten natuurlijk wel steeds bij dat ze – onder meer door de invulling met zwarte bitumen - veel groter lijkt dan ze is. Ook de kapel, die afscheurt van het hoofdgebouw komt in de lessen terug.  Ook dit is niet onlogisch want de kapel werd gebouwd op het slib van de vroegere slotgracht.

Kristof: Ik was 10 jaar geleden een student aan De Naeyer en ken het kasteel uit de lessen van Sven. Daarnaast is Horst voor mij één van de belangrijkste voorbeelden van een ridderkasteel. Ik werkte de voorbije jaren op een gelijkaardig project in het kasteel van Hoogstraten. Als projectingenieur begeleid ik samen met Sven de vooronderzoeken en restauratiefasen op het gebied van stabiliteit.

Triconsult deed enkele ‘noodinterventies’ in het kasteel van Horst. Was de stabiliteit van het kasteel ooit zo prangend dat er onmiddellijk ingegrepen moest worden?

Sven:
 Bij een noodinterventie moeten we soms binnen enkele uren ter plaatse komen en ingrijpen. In Horst is de situatie minder acuut. Er is al zodanig lang een stabiliteitsprobleem in het kasteel en de evolutie tekent eerder traag af, dat je je toch minder zorgen maakt. Op een of andere manier zijn we ondertussen zo met het kasteel vertrouwd dat we de problemen kunnen aflezen en weten wanneer we echt moeten ingrijpen.

Waar ik me in het verleden wél zorgen over heb gemaakt is de torenspits van de donjon. Al tijdens ons vooronderzoek in 2001 bleek de structuur van de torenspits sterk aangetast. Sinds 2007 bleek de structuur dusdanig aangetast, dat dit niet meer binnen een onderhoudsdossier met beperkt budget zou kunnen worden opgelost. Bij zware wind was er steeds een risico dat de versmalling aan de lantaarn het zou begeven. De preventieve afname van de torenspits was de enige oplossing, maar technisch wel een heus huzarenstukje.

Welke interventie is je het meest bijgebleven?

Sven: Dat moet de interventie bij de reeds genoemde instorting van het plafond van de MAVT-zaal met waardevol stucwerk van Jan-Christiaan Hansche geweest zijn. Of toch het hoogst inventieve herstel daarvan. Ik was toen student Burgerlijk Ingenieur bij professor Van Gemert.

De toenmalige uitbater van het kasteel was op de verdieping boven deze zaal beton aan het storten. Een van de draagbalken in het midden van de ruimte heeft het door dit extra gewicht begeven. De balk was bovendien zijn draagkracht reeds grotendeels verloren en bestond niet uit eikenhout maar uit minderwaardig kastanje of populierenhout.

Om de balk met stucwerk opnieuw op zijn plaats te brengen en omhoog te vijzelen werd een ingenieus systeem uitgedacht. Er was namelijk een risico dat het waardevolle stucplafond, dat was opgehangen aan rinkellatjes en kinderbalken niet zou volgen en er dus bijkomende schade zou ontstaan.

Een gewone schoring of ‘stip’ zou bovendien ook het stukwerk platgedrukt hebben. Daarom werkten we met gebogen flexibele glasvezel staven – misschien nog wel het meeste te vergelijken met een soort van buigzame bamboestokken.

Onder het plafond werd piepschuim of isomo aangebracht en er werd een bos van glasvezelstaven geplooid – ik geloof wel 100 stuks. Die staafjes werkten zeg maar als  honderden ‘vingers’ die het stucwerk continue ondersteunden en op miraculeuze wijze, zonder bijkomende schade, op zijn plaats wisten te brengen (trots).

Triconsult schreef in 2017 ook een rapport naar aanleiding van de instorting van de latrine en de daaropvolgende sluiting van het kasteel. Wat waren toen de bevindingen?

Sven: Ik was me er destijds erg van bewust dat een sluiting een doodsteek voor de publiekwerking in het kasteel zou betekenen. Ik heb het kasteel dan ook steeds zo lang mogelijk proberen open houden.

Vaak waren dat geen gemakkelijke beslissingen: zoals de beklimming van de donjon; was ik nog bereid om hier kinderen naar boven te laten gaan? Lang hebben we geprobeerd om met maatregelen zoals kleinere groepen en door extra verdeelplaten aan te brengen op de vloeren, een bezoek toch nog mogelijk te maken. Een van de voorwaarden was wel dat dit steeds onder begeleiding van een extra suppoost moest gebeuren. Je zou niet willen dat een kind aan een schoring zou beginnen ‘rammelen’.

Ook de ronde toren van het kasteel is sinds de instorting van de latrine een problematische hoek van het kasteel. De bakoven die hierin zit werd geruime tijd voor bezoekers afgespannen.

Wij schreven de adviezen om eventueel een beperkt bezoek mogelijk te houden, maar Herita koos er uiteindelijk voor om geen enkel risico te nemen in het belang van de veiligheid van de bezoekers en het kasteel te sluiten.

Is het ondertussen al geweten waarom de latrine precies instortte?

De latrine werd constructief aan de gevel opgehangen en in de gracht gezet. Ze stond dus altijd met haar voetjes in het water. De onderste boord bestaat bovendien uit erg poreuze natuursteen, die als een spons het water opneemt, al zijn de andere steenvarianten in het kasteel zoals Diestiaanse ijzerzandsteen en baksteen vaak niet beter (lacht). Mogelijk was ze niet diep genoeg gefundeerd of is de fundering van de latrine weggezakt in de gracht. Het metselwerk van de latrine leed aan heel wat vorstschade. Bovendien was de muur waaraan ze werd vast gebouwd er niet voor gemaakt om het gewicht te dragen.

In 2008 werd de latrine aan de andere zijde van de ronde toren al preventief gedemonteerd om dezelfde redenen. De stabiliteit van de ronde toren blijft tot op vandaag erg precair. De problematiek is vergelijkbaar met deze van beide latrines maar door de omvang van de toren zelf nog veel complexer om op te lossen.